Interview: Charlotte Roche

Bij het uitgeven van een boek hoort tegenwoordig ook een heuse teaser op Youtube, waarmee het luie internetpubliek naar de winkel gesommeerd dient te worden. In het filmpje voor Schossgebete, het nieuwe boek van Charlotte Roche, zien we de schrijver gekleed in een sexy jurk die haar getatoeëerde schouders bloot laat, in een industrieel gebied staan. Ze belooft ons dat haar tweede roman nog grover is dan de beruchte voorganger Feuchtgebiete en flirt opzichtig met ons, de kijker. Al deze elementen – de sexy jurk, de provocerende tatoeages, het hippe industrieterrein – zijn zorgvuldig gekozen als onderdeel van Roche’s zeer lucratieve merknaam; in Duitsland alleen al werden drie miljoen exemplaren van haar debuutroman verkocht.

Roche groeide op in Engeland en Duitsland als dochter van een kunstenares en een ingenieur. Haar ouders scheidden toen ze vijf was; ze verhuisde constant met haar zeer feministische moeder en diens vele nieuwe relaties. Ze was een opstandig meisje. “Ik maakte een extreem soort puberteit door, waarbij ik mijn ouders sloeg, hun geld stal, constant wegliep van huis, gearresteerd werd… Totaal onhandelbaar, altijd woedend.” Op haar twintigste begon ze met haar baan als presentatrice op muziekzender Viva Zwei, waar haar extreme karakter goed paste. Zo verwierf ze enige bekendheid in Duitsland.

De omslag kwam echter toen Roche op haar dertigste, uit frustratie over de seksuele moraal die volgens haar aan vrouwen werd opgedrongen, een roman schreef. Feuchtgebiete is het relaas van een jong meisje dat in een ziekenhuisbed ligt omdat ze zich in haar anus heeft gesneden bij het scheren, en vanuit haar beperkte situatie haar lichaam ontdekt. Roche had daarvoor nog nooit een letter op papier gezet, maar het boek werd een enorm succes. Schossgebete gaat over de rol van seks binnen het huwelijk en opent met beschrijving van een pijpbeurt die tien pagina’s doorgaat. Het schoot direct naar de top van de Duitse boekverkooplijsten.

De reacties onder het Youtube-filmpje zijn grotendeels negatief. “Mein name ist Charlotte Roche, und ich habe ein neues Buch gekackt”, zo smaalt XxLuke94xX. Ook mijn vrienden reageren met gezucht en gesteun als ik zeg dat ik met haar ga spreken. Is Charlotte Roche een slimme mediapersoonlijkheid, een provocateur zonder inhoud, of iemand die ook echt iets te vertellen heeft? Er is reden voor wantrouwen. In interviews zet Roche haar charme en TV-ervaring in om het gesprek naar haar hand te zetten. Soms is ze giechelig en flirty, dan weer de choquerende clown. In haar boeken gebruikt ze onverbloemd persoonlijke feiten zoals de scheiding van haar ouders, haar drugsgebruik, haar bordeelbezoek en het tragische ongeluk waarbij haar drie broers omkwamen. In Roche’s omgang met de pers zet ze die eerlijkheid ook in, waardoor interviews soms extreem openhartig worden (zoals met Der Spiegel) en we alles over haar te weten komen, maar tegelijk vermoeden dat ze met ons speelt.

Als ik haar spreek in een chique kamer van hotel de Ambassade op de Amsterdamse Herengracht, draagt ze een kort, strak jurkje met lange mouwen die haar tatoeages zorgvuldig bedekken.

Je eerste roman schreef je per ongeluk. Voel je je echt een schrijver, nu je een tweede boek hebt uitgebracht?
“Ik zei altijd: noem me geen ‘auteur’, dat is zo’n groot woord, meer dan ‘schrijver’. Ik zag mezelf niet als onderdeel van de grote literatuurgeschiedenis. Maar nu kan ik niet meer volhouden dat ik maar een schrijvertje ben. Dit is nu wat ik doe. Ik heb al ideeën voor mijn derde roman en ik voel me ongelofelijk gelukkig als ik schrijf. Bij het eerste boek had ik moeite om tweehonderd pagina’s te vullen, nu moest mijn redacteur flink schrappen.”

Hiervoor had je nooit iets geschreven.
“Niets. Ik was op school helemaal niet geïnteresseerd in literatuur. We hadden slechte leraren van wie we niets wilden aannemen. Na mijn eerste boek begon ik ook weer met lezen, en nu kan ik niet ophouden. Ik ga alle klassieken af – op mijn kamer ligt nu Anna Karenina.”

Op haar onderarm heeft ze een groene tatoeage, waar ze telkens haar mouw overheen probeert te trekken. Het is de cover van Tieren Essen, de Duitse vertaling van de vegetariërbijbel Eating Animals van Jonathan Safran Foer. Ik wijs ernaar.

Dat symboliseert je nieuwe lezersbestaan.
“Ik moet heel erg oppassen met non-fictie. Toen ik Tieren Essen las, werd ik onmiddellijk een vegetariër en nam ik deze tatoeage. Ik las tien jaar geleden het boek over stoppen met roken van Alan Carr, en rookte nooit meer. Onlangs las ik zijn boek over alcohol, en nu drink ik geen druppel. Ik ben dus zeer beïnvloedbaar. Als ik een heel overtuigend boek over een of andere religie in handen krijg, zal ik waarschijnlijk meteen bekeren [lacht].”

In je vorige rol was je televisie-interviewer, waarbij je de grootste artiesten op aarde ontmoette. Helpt die ervaring je nu?
“De meeste schrijvers hebben een hekel aan publiciteit, aan de sociale interactie die erbij hoort. Ik vind het leuk om geïnterviewd of gefotografeerd te worden, om op televisie te komen. Ik probeer ook altijd aardig te zijn. Zelfs als de journalist enorm onbeleefd is, blijf ik glimlachen. Duitse journalisten proberen mijn boek altijd te reduceren tot vunzigheid. Daar ga ik dan in mee, omdat ik dat grappig vind. Ik neem zo’n journalist dan over, door te zeggen: ja, klopt, het is nogal goor allemaal. Dat vind ik leuker dan zeggen: oh nee, u beledigt mijn werk. Vanbinnen ben ik geïrriteerd, maar ik gun de ander dat plezier niet.”

Het publiciteitsspel is je op het lijf geschreven.
“Mensen vinden het vreemd dat ik zo plotseling een schrijver ben geworden en dat begrijp ik volkomen. Het is voor mij nog steeds een wonder dat ik een boek kan schrijven. Niemand heeft het me ooit geleerd en ik heb er ook geen oefening in gehad. Maar het circus eromheen, dat is juist niet vreemd voor mij, dat ken ik maar al te goed. Door mijn interviews met popartiesten leerde ik dat je van het promoten een kunst kunt maken, zolang je het maar met ironie doet. Als ik auteurs zie praten op zo’n doodserieuze toon, dan vind ik dat altijd verschrikkelijk. Ze willen zo graag serieus genomen worden dat het zielig wordt. Dat probeer ik te voorkomen.”

Het nieuwe boek is weer behoorlijk seksueel getint. Er waren blijkbaar nog wat taboes over?
“Mensen denken vaak dat ik een lijst met ranzige dingen ga zitten afstrepen. Maar het schrijven over taboes heeft bij mij juist te maken met eerlijkheid. Ik denk dat eerlijke schrijvers altijd op taboes zullen stuiten.”

Maar is het niet vermoeiend om nu weer de seksschrijver te zijn?
“Ze zeggen dat je bij koken vet nodig hebt, omdat dat de smaak overbrengt. Seks is voor mij een smaakmaker binnen een verhaal. Het blijft een van de meest interessante onderwerpen om over te praten. Er valt nog zoveel te verbeteren in onze seksuele beleving. Er zijn nog veel taboes, ook bij mij. Niemand is echt volledig bevrijd van zijn of haar schaamte of ongemak. Dus ja, misschien komt er wel nog meer seks in mijn volgende boek.”

Je eerste roman was een aanklacht tegen seksuele oppressie. Als TV-host liet je ooit je okselhaar staan. Maar aan de andere kant kun je toch niet ontkennen dat hygiëne en schoonheid heel prettig zijn?
“Die actie met mijn okselhaar was een soort kunststatement. Iedereen ging compleet uit zijn dak, vooral de vrouwen. Zij willen er niet aan herinnerd worden dat er wel degelijk haar onder hun armen groeit. Ik wil zelf inmiddels ook geen ongeschoren vrouw meer zijn. Ik wil aantrekkelijk gevonden worden, dat mensen denken: wat ruikt zij lekker. Je kunt geen mooie benen hebben als er haar op zit, dat begrijp ik. Maar het verschil met anderen is dat ik de oppressie van dit soort regels wel degelijk voel. Sommige vrouwen scheren alles; dat vind ik echt pervers. Een vriendin van mij scheert zich helemaal niet en heeft daar ook nooit over nagedacht. Dat zou ik nooit durven, maar ik voel wel veel voor die vrijheid.”

Je wilt dus dat we ons als dieren gedragen?
“Ik ben ook een heel beleefd, gecultiveerd persoon. Maar de vraag is: waar liggen die grenzen? Er zijn zoveel regels over hoe ons lichaam eruit moet zien. Ik denk dat het er te veel zijn. Stel dat je een meisje bent dat uitslag krijgt van scheren, en er dus mee wil stoppen. Dat is onmogelijk! Is dat niet vreemd, dat er geen enkele mogelijkheid voor haar is om niet te scheren en toch een aantrekkelijke jonge vrouw te zijn? Dat bedoel ik: de sociale druk is te groot en maakt mensen hysterisch. Dertienjarige meisjes haten hun lichaam. Dat vind ik zwaar overdreven.”

Is die paradox tussen beschaving en ontplooiing niet het probleem van het feminisme?
“Er zijn veel problemen met het feminisme [lacht]. Mijn probleem met het klassieke feminisme is dat het naar mijn smaak veel te lesbisch is. Het is toch echt een verschil als je kinderen wilt hebben en met mannen wil omgaan, dan wanneer je al deze problemen niet hebt. Er zijn zelfs feministen die uit politieke overtuiging voor homoseksualiteit hebben gekozen. Ze mogen doen wat ze willen, maar dat heeft niets te maken met mijn wensen als vrouw. En inderdaad, voor mijn soort feminisme is dat een groot probleem: aan de ene kant aantrekkelijk willen zijn en met mannen willen samenleven, maar aan de andere kant ook autonoom en sterk zijn. Dat is extreem moeilijk.”

Op welk gebied valt er nog terrein te winnen?
“Masturbatie wordt bij meisjes nog steeds als minder normaal dan bij hun broertjes gezien. Vrouwen hebben daardoor veel minder fantasie en ervaring tot hun beschikking als ze eenmaal volwassen zijn. Mannen weten vanaf hun twaalfde precies wat ze fijn vinden. Daardoor is de seksuele machtsverhouding per definitie in hun voordeel. Vrouwen zijn echt aan het pleasen, en denken zelden: wat wil ik? Veel moderne mannen willen hun vrouw bevredigen en zeggen: wat kan ik voor jou doen? Maar zelfs na Sex and the City zeggen vrouwen nog: ik weet het niet. Het slaat terug op wat ik eerder zei over dertienjarigen die hun lichaam haten. Ze zouden er juist plezier aan moeten beleven.”

Illustratie: Floris Solleveld

Roche nam haar eerste tatoeage op haar achttiende verjaardag: een plaatje van een slang, dat een schoolvriendin in een schrift getekend had, kwam op haar buik terecht. Nu heeft ze er veel meer. Naast de Safran Foer-afbeelding laat ze trots de namen van haar man en kinderen en het logo van Viva Zwei zien. De episode met het okselhaar is niet het enige voorbeeld van haar provocatieve karakter. Zo staat Roche bekend om haar optreden bij de talkshow van Harald Schmidt (de Duitse David Letterman), waarbij ze haar prothesevoortand uit haar mond haalde, tot grote schok van het publiek. En dan was er nog de affaire waarbij ze de Duitse president aanbood om met hem naar bed te gaan, als het land kernenergie zou afschaffen.

Waar komt die opstandigheid vandaan?
“Uit een slechte kindertijd. Mijn moeder is vier keer getrouwd geweest en we waren constant aan het verhuizen. Ik heb nergens vriendjes gemaakt, moest telkens opnieuw beginnen op school en weer wennen aan een nieuwe stiefvader. Het was verschrikkelijk. Maar mijn uitgever zegt altijd: “Charlotte, hou op met klagen. Gelukkige mensen schrijven geen goede boeken.” Volgens hem moet ik dankbaar zijn voor mijn klote-ouders, omdat ik anders niet creatief zou zijn. Toch, als dat echt de ruil is, dan zou ik mijn boeken graag inleveren.”

Wat betekent aandacht voor jou?
“Het begon bij mij toen ik op heel jonge leeftijd bij een theatergroep zat. Ik dacht dat ik zou doodgaan als ik niet de hoofdrol zou krijgen. De enige manier waarop ik gelukkig kon zijn, was als alles perfect was op dat podium.”

Zit je wel eens alleen thuis?
“Nee, dank u. Ik kan mezelf niet uitstaan als ik alleen ben. Ik haat het om in mijn eentje te eten, ik ga nooit zonder gezelschap naar de film. Een uur alleen thuis vind ik al een nachtmerrie. Ik denk dan direct: waar kan ik heen, wie kan ik bellen? Aan het eind van de yogales moet je tien minuten stil liggen en niets doen. Dat is voor mij de hel. Alle gedachten en geluiden komen op me af… Ik hou het nooit vol, maar ik moet blijven van de leraar. Volgens mijn therapeut is de yogaleraar een sadist.”

Ben je gemakkelijk om mee te zijn?
“Omdat ik zo bang ben om alleen te zijn, ben ik overdreven aardig tegen mensen. Ik probeer er achter te komen wat ik verkeerd doe, wat de slechte kanten van mijn persoonlijkheid zijn, en die houd ik verborgen. Dat neem ik mee naar mijn therapie, maar ik moet voorkomen dat ik de mensen om me heen irriteer. Ik wil een aangenaam persoon zijn, waar mensen graag mee omgaan. Ik stel mijn vrienden nooit confronterende vragen, ben altijd beleefd. Het is een goedkope truc om de kans te vergroten dat je niet alleen achter blijft.”

Dat is een beetje triest.
“Absoluut. Maar als je een gezin hebt, heb je gelukkig altijd gezelschap om je heen.”

En met het schrijven?
“Ik schrijf in de kelder, maar ik hoor mijn kinderen door het huis rennen. Dat achtergrondgeluid is essentieel voor mij. Weet je, ik zit nu tien jaar in therapie, maar dit is op geen enkele manier veranderd. Het iets wat ik weiger te doen, ik probeer niet eens om mezelf ermee te confronteren.”

Je hebt ooit in een interview gezegd: “Ik ben alleen niet bang wanneer ik seks heb.”

“Seks is een natuurlijke drug. Een paar minuten per dag ben je helemaal weg, ben je even niet jezelf. Het leven is extreem vermoeiend; ik heb dat soort rustpunten hard nodig. Als ik in de trein wil slapen, moet ik wax in mijn oren doen omdat ik anders naar alle gesprekken ga luisteren. Ik wil meteen weten hoe de verhoudingen tussen die mensen zijn. Mogen ze elkaar? Waarom keek zij net zo raar naar hem? Ik ben als een radiomast die alle signalen opvangt, dat is gekmakend. Seks is een oplossing.”

Roche vertelt graag over haar therapie. Ze zegt dat het eerste boek haar echt heeft geholpen om haar onzekerheden onder ogen te zien, maar dat ze alsnog nergens zou zijn zonder haar therapeut, die dan ook een rol speelt in haar tweede roman.

Je therapeut heeft het uitbrengen van dit boek afgeraden.
“Ze is er fel op tegen. Niet per se vanwege het schrijven ervan, maar omdat ze weet dat de afhandeling ervan mij heel zwaar valt. Ik zoek de aandacht op, maar lijd er ook onder. De massale promotie in 2008 was moeilijk. Je praat voortdurend met vreemden over anale seks; uiteindelijk is er niets meer van je over. Ik kreeg een eetprobleem en sliep heel weinig. Dan moet mijn therapeute me weer bij elkaar vegen. Zij zou het liefste hebben dat ik mijn boeken alleen aan haar gaf, maar daar heb ik natuurlijk geen boodschap aan.”

Je hebt pathologische leugenaars, maar jij lijkt een pathologische waarheidsspreker te zijn.
“Mijn therapeut zou zeggen: het is goed om eerlijk te zijn, maar niet altijd. Bij mij gaat het vaak te ver. Zo voelt het voor mij overigens niet, maar ik word er wel op gewezen.”

Heb je nog geheimen over?
“Niet veel. Een paar bevinden zich in de kamer van mijn therapeut en een paar in mijn huwelijk. Van mijn therapeut moet ik goed oppassen dat ik die ik ook behoud, voordat ik een volledig openbaar persoon wordt. Ik probeer met mijn eerlijkheid te voorkomen dat ik kwetsbaar ben. Als je lacht om je verborgen kanten, kan niemand je meer ergens op pakken. Wat zou het verhaal zijn als een krant een foto plaatst van Charlotte Roche die een bordeel binnengaat? Charlotte Roche op een toilet in een club, met cocaïne in haar neus? Dat weten de mensen allang, dat ik dat gedaan heb. Zo hou ik de controle.”

Ben je gelukkig?
“Nee, ik ben geen gelukkig persoon. Ik lijk blij en maak graag grappen, maar uiteindelijk ben ik niet heel vrolijk. De meeste mensen die ik ken uit de televisiewereld zitten de hele dag depressief thuis, maar zodra de camera aan gaat zetten ze een glimlach op. Zo is het ook met mij. Ik probeer het wel, zeg tegen mezelf: wat is het probleem? Maar er lijkt toch echt een essentieel deel te ontbreken. Het gaat ietsje beter. Maar ik zou nergens zijn zonder mijn therapeut.”

Denk je dat je net zo plotseling zult stoppen met schrijven, als dat je begonnen bent?
Ze is even stil. “Dat heeft nog nooit iemand gevraagd. Het klopt, ik stop altijd heel drastisch met dingen. Als een vriendschap niet zo goed werkt, zeg ik meteen: laten we er maar mee ophouden. Anderen zeggen dan: wat doe je nou? Maar dat is wat goed voelt voor mij. Ik kan dingen niet langzaam laten sterven. Ja, het is waar, ik zal waarschijnlijk op een dag zeggen: nu schrijf ik niets meer. Maar die dag is niet morgen.”

(Verschenen op hard//hoofd, 2011)