Aanrader: Nodig alle vrouwen uit

Ik hou van Engelsen. Met sommige volken heb je onmiddellijk prettig contact, en in mijn geval geldt dat voor de buren aan de andere kant van het kanaal. Met name Engelse mannen lijken stuk voor stuk over een natuurlijk gevoel voor humor te beschikken, dat de conversatie smeert en het geheel ongelofelijk soepel laat verlopen. Dat dit talent voor ironie en kwinkslagen ontwikkeld is om hun ware gevoelens te maskeren, maakt in het café of op het strand niets uit. Ik zou nooit een relatie met een Engelsman willen, maar voor een avond is het goed.

Anders dan in Nederland zijn in Engeland zelfs de hoogst opgeleiden nog in staat om platte straattaal te spreken, met name als ze gedronken hebben. Waar onze corpsballen hun ordinaire praatjes met Kinderen Voor Kinderen-accent uitspreken, roept de bezopen Britse student gewoon ‘Oi mate!’. In een Spaans hostel kreeg ik eens vrouwenadvies van een Engelse medereiziger. “First you spot this scrummy bird. Make sure she’s not too pissed. Then you bombard her with chat, right? And when she’s all confused, you pull her.” Dankzij deze vriend ben ik ook bekend met de geweldige term sausage party.

Een sausage party is een feest waar te veel mannen zijn. Dit is een vervelende situatie, niet te verwarren met een feest waar alleen maar mannen zijn. Op een mannenfeest, waarbij het de bedoeling is dat je met je geslachtgenoten onder elkaar bent, ontspant iedereen omdat de voortplantingsdruk even wegvalt en gaan alle remmen op gespreksonderwerpen en persoonlijke hygiëne helemaal los. Een sausage party is een feest waar per ongeluk meer mannen dan vrouwen aanwezig zijn. Dat komt meestal doordat mannen iets wanhopiger op zoek naar seks zijn. De vrijgezelle vrouwen vermaken zich ook prima thuis met een paar afleveringen van Gossip Girl of met een van hun drie scharrels. De vrijgezelle man wordt door een oerkracht naar buiten gedreven, hulpeloos op zoek naar iemand, ergens, ooit.

Daarom is het een kutfeest. De mannen staan stijf van de testosteron. Ze zijn niet in staat om een gesprek te voeren omdat ze constant kontjes checken. Hun ogen schieten heen en weer als die van een paranoïde waakhond. Op een sausage party wordt deze intense spanning verhoogd dankzij de enorme concurrentie. Als een van hen toch slaagt in zijn missie en veel te gretig gaat staan zoenen in een hoek, drijft dit de anderen bijkans tot waanzin. De paar overgebleven vrouwen voelen zich al snel als opgejaagd wild, en vertrekken naar huis. Een gevecht is nu onvermijdelijk, of als de heren eenmaal thuis zijn, boze, onbevredigende masturbatie.

Het is zomer, en dus tijd voor feestjes (daar heb je niet eens een reden voor nodig). Om te voorkomen dat de fuif een sausage party wordt, heb ik dankzij vele jaren aan ervaring een gouden regel bedacht. Normaliter zul je voor je lijst met genodigden een nauwkeurige selectie uit je vrienden en kennissen maken. Maar het is veel simpeler dan dat:

Nodig alle vrouwen uit die je kent, en alle mannen die je leuk vindt.

En dan bedoel ik ook echt alle vrouwen. Ook dat meisje van die ene werkgroep wier e-mailadres je toevallig nog hebt. Die vriendin van een vriendin die je uit verveling als vriend had toegevoegd. Ploeg Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn door, op zoek naar dames. Helaas geldt deze regel alleen voor mannelijke feestgevers. Als er vrouwen zijn die een soortgelijke methode hebben gevonden, laat het mij dan weten via bovenstaande social media. Het risico is wel dat ik je voor mijn volgende feest zal uitnodigen.

Je zult zien dat de sekseverhouding nagenoeg gelijk zal zijn, of wellicht iets in het voordeel van de dames. Het gevolg is dat de worsten enigszins tot rust komen en er een ontspannen sfeer ontstaat. En zie, daar verdwijnt het meisje van de werkgroep met de spits van je voetbalteam naar de slaapkamer. Wie had dat zien aankomen. Blimey!

Aanrader: Lemco-lolly’s

De alledaagsheid van een vraag als “Hoe kennen jullie elkaar?” maakt een kinderachtige baldadigheid in me los, waardoor ik zonder aarzelen antwoord: “We volgden een groepstherapie voor heroïneverslaafden.” Of: “Hij had een affaire met mijn vriendin, maar toen ik me voor hem openstelde bleek het een aardige vent te zijn.” Alles wat te gemakkelijk gaat, moet ik ongemakkelijk maken. Het is een tic.

Mijn vrienden geloven me niet meer zo snel als ik een bijzondere anekdote met ze deel. Zodra een verhaal of verklaring een onverwachte wending neemt, zie ik dat ze hun ogen samentrekken. “Dit is toch niet weer een van die stomme grappen, hè?”

Ken je die salmiaklolly’s van Lemco? Met die papegaai op de verpakking die zegt: “Lekkerrrr… Lemco!”? Die lichtbruine knotsen waar je het zout uit kunt zuigen, met zo’n wit stokje dat een beetje verkruimelt als het nat wordt? Welnu, dit fantastische snoepgoed is bedacht door mijn familie.

Mijn over-over-overgrootvader Theodorus Lemm was een van de rijkste ondernemers van Rotterdam. Er werd zelfs een straat in Kralingen naar hem vernoemd. In 1901, toen Kralingen officieel bij Rotterdam ging horen, werd de naam veranderd naar de Aegidiusstraat. Zoals het een goede miljonair betaamt, verdeelde Theodorus vlak voor zijn dood zijn fortuin onder zijn zoons. Een aantal van hen mocht de rest van hun leven rentenieren, de meer ondernemingsgezinden kregen een fabriek. Hij kocht een slepersbedrijf voor Theodorus jr., een papierfabriek voor zijn schoonzoon Clemens en een suikerfabriek voor Karel.

Karel Lemm verdeelde de verantwoordelijkheden van deze onderneming weer onder zijn eigen zoons (hij had zestien kinderen). Een van hen was mijn opa, Sjef. Na de Tweede Wereldoorlog brak de glorietijd van Lemm & Co aan: dankzij de groeiende welvaart ontdekten steeds meer mensen het verslavende suiker. Oom Aad was de creatieve van de zes broers: hij bedacht de schommelende loopband. Voorheen waren lolly’s altijd plat, omdat ze na het smeltproces inzakten. Maar door de lolly’s constant heen en weer te laten rollen, kregen ze de karakteristieke knotsvorm. Lemco, zoals het merk was gaan heten, bracht ook andere klassiekers als Antaflu en Tumtum op de markt.

Toen ik geboren werd, was Lemco allang verkocht aan het bedrijf Pervasco en was mijn opa met pensioen. Het geld van Theodorus Lemm was op. Mijn opa zat altijd in een hoekje van het bejaardentehuis en sprak zelden. Ik heb hem nooit over zijn Willy Wonka-wereld kunnen vragen. De koekjes en zuurtjes die mijn oma me gaf, waren oud en hard. Ik weet nog wel dat mijn vader eens voor een reclameopdracht bij Mars langsging, en thuis kwam met een kartonnen doos vol snoepgoed. Ze waren vereerd geweest om een nazaat van de beroemde suikerfamilie te ontmoeten.

Misschien ben ik niet helemaal objectief, maar ik vind de salmiakknotsen de beste lolly’s ter wereld. Soms staan ze bij de wc in een club in een schaaltje naast de pepermuntjes of krijg je er eentje bij het afrekenen in een restaurant. Dan voel ik een vreemde trots en heb ik zin om tegen het mooie meisje naast me te zeggen: “Die lolly, die heeft mijn familie bedacht.” Ik denk niet dat het echt indruk maakt, maar misschien is ze ook een fan. Andere families hebben Nobelprijswinnaars voortgebracht, atleten, acteurs. Mijn familie kwam met de schrik van elke tandarts.

Mijn vrienden geloven me maar net als ik ze dit verhaal vertel. Er is zelfs een Wikipedia-pagina over de lolly’s, maar ze blijven sceptisch. “Het zou wel je beste grap zijn,” zei Rob geamuseerd. “Dan lig je op je sterfbed en zeg je: ‘Kom dichterbij jongens… Weten jullie nog van die Lemco Lolly’s? Dat… was… bull… shit… haha.’ En dan sterven.” Maar het is echt waar. Geloof me. Heus.

Essay: Johan

Toen ik aan een paar vrouwelijke collega’s op de redactie vertelde dat ik met mijn beste vriend naar een spa zou gaan, moesten ze heel hard lachen. “Dat is hilarisch! Gaan jullie samen in badjassen je laten verwennen? Lekker hoor. Daar moet je iets over schrijven.” Ik stond er een beetje beteuterd bij. Waren we nu opeens homo’s, alleen maar omdat we onze lichamen wilden verzorgen met warmte en rust?

Johan en ik hadden deze afspraak al heel lang staan. Toen we vijftien waren, kwamen zijn twee oudere zussen eens thuis van een weekend in een spa. Ze hadden gladde huidjes, blinkende nagels en straalden een warm soort geluk uit. Ik zei tegen mijn vriend: “Laten wij dat ook een keer doen, als we ouder zijn.” “Dat lijkt me vet chill gast,” zo stemde hij in.

We hebben het Metamorfose-arrangement genomen. Bij aankomst zullen we koffie met appeltaart en een facial-behandeling krijgen. We zijn echter te laat, waardoor we gestrest over de snelweg racen, wat ons uiteindelijk op een enorme boete voor te hard rijden zal komen te staan. Eigenlijk is het wel gepast om met zoveel mogelijk stresshormonen in je lijf bij een spa aan te komen. Voor de koffie is geen tijd; de dames van onze facial staan al klaar. We kleden ons snel om, in de behandelkamer moeten we onze badjassen uit doen. Dan staan we naakt tegenover elkaar.

Het doet me denken aan het ene moment, jaren geleden, toen Johan en ik ‘s nachts in een zwembad in Noord-Italië naakt gezwommen hadden, en ons daarna dronken in de badkamer stonden af te drogen, terwijl de rest van de groep in de woonkamer hiphop luisterde. We moesten heel hard lachen, maar toen verstomde plotseling onze feestelijke opwinding. Daar stonden we dan, naakt tegenover elkaar. Na vijftien jaar vriendschap. We hadden natuurlijk al vaker jongensgrappen gemaakt waarbij we elkaar heel agressief anaal droogneukten of onze gezichten langzaam naar elkaar toe brachten om uiteindelijk toch af te haken. Maar lag daar niet een oprechte seksuele spanning aan ten grondslag, die door de nog altijd homofobe maatschappij vermorzeld werd? Uiteindelijk ben je toch een beetje verliefd op al je vrienden. Meisjes zoenen zo vaak met elkaar, waarom wij niet?

Mijn beste vriend en ik keken elkaar aan. Het was nu of nooit, dat voelden we allebei. Ik keek naar zijn gespierde lichaam. Een keer had hij Simon en mij een uur lang voor de gek gehouden door te doen alsof hij uit de kast kwam. Na ons eerste zenuwachtige gelach geloofden we het volledig en stelden we ons zo begripvol mogelijk op. Mensen denken vaak dat Johan homo is; hij is expressief, stoer maar toch zachtaardig, en heeft dus twee oudere zussen. Toen het toch een grap bleek, waren we echt totaal terneergeslagen door de enorme perspectiefwisseling die we hadden moeten ondergaan. In de badkamer gleed mijn blik over zijn lijf, zijn penis die veel groter is dan die van mij. Ik keek hem weer aan en legde mijn hand op zijn schouder. Toen barstten we allebei in schaterlachen uit. Hoewel ik zoals iedereen weleens getwijfeld heb, heb ik mannen nooit aantrekkelijk gevonden. Te hoekig, te harig, te onverzorgd.

Het meisje dat mijn gezicht gaat verzorgen knipt een grote lamp aan – zo een die mensen gebruiken als ze heel gedetailleerd kleine soldaatjes beschilderen – en analyseert mijn huid. “Ik zie dat je een droge voorhoofdstructuur hebt, maar rond je neus en mond hebben zich juist weer wat vetstreken gevormd. Ik ga je eerst een lekker maskertje geven, dat laten we dan lekker inwerken, en dan maak ik het af met nog een lekker hydraterend crèmepje.” Ik knik vanuit mijn behandelstoel. Ze masseert mijn gezicht en mijn hoofd, een heerlijk gevoel.

Nadat ze de komkommerschijfjes op mijn ogen heeft gelegd, hoor ik Johan naast me vragen: “Gaan jullie zelf ook weleens naar de spa?” “Ja, we hebben gratis toegang. Hoezo?” zegt zijn meisje. “Nou, ik bedacht me net dat dit het enige beroep is waarbij je je collega’s regelmatig naakt ziet.” De meisjes giechelen verbaasd. We zijn bedolven onder handdoeken en deze blonde beautyspecialistes zijn niet eens echt aantrekkelijk, maar toch krijgt alles in de spa een seksuele lading. Het is hier ook zo verdomde warm. En ergens blijf ik ‘facial’ toch met porno associëren.

“Dat klopt, dat is soms wel een beetje gek,” zegt mijn meisje. Dan fluistert ze naar mij: “Voelt dit lekker? Dan spoel ik nu lekker het maskertje af en masseer ik nog even lekker je ogen, om daarna te eindigen met die lekkere hydratatie.” “Lekker,” zucht ik. Na afloop voel ik aan mijn gezicht. Ik heb nog nooit zoiets gevoeld, zelfs niet bij de pasgeboren baby’s die ik de laatste tijd steeds vaker in mijn armen heb liggen.

We drinken de koffie en eten gretig het gebak op het prachtige terras. We bestellen ook maar meteen de maaltijdsalade en de smoothie die in ons arrangement zitten. Opeens zie ik ons zitten in onze witte badjassen, met al dit eten, en besef hoe belachelijk deze luxe is. We zitten erbij als twee miljonairs in Saint-Tropez.

Dan betreden we de spa. De badjassen gaan weer uit en we trekken een paar baantjes in het buitenbad. We gaan naakt in het bubbelbad, wat een aantal nieuwe, niet onprettige sensaties oplevert. We gaan in de Finse sauna, de infraroodsauna, de muzieksauna, het Romeinse caldarium. Telkens gevolgd door een dompelbad, wat me altijd weer een verloren gevoel geeft, alsof ik doodga.

Ik verbaas me erover hoe lelijk ik iedereen vind. Al die naakte mensen; ik had er meer van verwacht. Als ik overdag over straat loop, negeer ik de onaantrekkelijke vrouwen en mannen van nature, en fantaseer ik de meest weelderige lichamen onder de kleren van de dames die mij wel kunnen bekoren. Maar hier, zonder enige suggestie of verhulling, is iedereen zo… gewoon. Mooie borsten worden begeleid door vormloze billen, volle lippen horen bij een rood bevlekt lichaam. Iedereen is een beetje te dik, heeft rare rimpels, pigmentvlekken of pukkels. Het is een prettige relativering van mijn schoonheidsideaal, en draagt bij aan de rust.

Naarmate we ouder worden, schamen Johan en ik ons steeds minder voor onze gevoelige en ijdele kanten. In de haardsauna praten we uitgebreid over voeding (“Je moet alleen eiwitten eten, daar kan je langer op teren”), sport (“Je moet vooral je benen trainen, daarmee maak je veel testosteron aan”) en spiritualiteit (“Jij doet yoga toch? Ik moet die shit ook eens proberen”). Toch is het ook een beetje ongemakkelijk om zo serieus te praten; mijn brein zoekt voortdurend naar een harde grap om dit alles weer teniet te doen. Zo voel ik me altijd bij Johan: ik vind het zo fijn om samen te zijn, dat ik in de stress schiet. Hebben we wel genoeg facetten van onze levens besproken? Heb ik geen grapkansen gemist? Hoeveel tijd hebben we nog?

We halen anekdotes op over Simon, een vriend van ons die intens gefocust is op lichamelijke verbetering, maar een nogal gebrekkige discipline heeft. Een keer had hij besloten om niet meer ’s nachts te eten – normaliter pakte hij als hij beschonken thuis kwam een stoel en ging daarmee in de deuropening van de koelkast zitten, terwijl hij rolletjes ham en kaas naar binnen werkte. Die week zaten Johan en hij samen in een café aan de bar te drinken. De barvrouw gaf ze een schaaltje nootjes en Simon zei: “Dude, wat er ook gebeurt, wat ik ook ga zeggen, laat me niet van die nootjes eten.” Johan knikte gedecideerd. Na een tijdje zei Simon: “Oké, fuck het, geef me nootjes.” Hij meende het. Maar Johan sprak beslist: “Nee Simon, je weet wat je net gezegd hebt.” “Een páár nootjes, kom op man!” “Nee,” zei Johan en schermde het bakje af.

Na een uur kon de barvrouw het niet meer aanzien en zei: “Geef die arme jongen wat nootjes.” Ze pakte de grote pot om hun bakje bij te vullen, maar Johan riep in paniek: “Nee!” en stootte het ding om, waardoor er pistaches, pinda’s en cashews over de bar stroomde. “Eet ze niet Simon!” schreeuwde Johan en stortte zich met een dramatisch gebaar op de toog, waar hij vlug alle nootjes begon op te eten, voor zijn vriend zijn goede voornemen kon verbreken.

We krijgen een Rasul-behandeling, ook onderdeel van ons Metamorfose-arrangement. Na een tijdje in een stoomsauna gezeten te hebben, deelt een meisje bakjes met Indiase kruidenmodder uit, waarmee we onszelf van top tot teen moeten insmeren. Johan en ik smeren modder op elkaars rug; deze intimiteit is nu niet vreemd meer. Vervolgens glijden alle aanwezigen constant op hun modderbillen van hun zitplek weg, met name de oudere vrouwen maken klagerige geluidjes. Na een tijdje naar een panfluit geluisterd te hebben, springen er douches aan die ons schoonspoelen. De modder brandt in mijn ogen. De hot stone massage valt ook tegen. We liggen met de warme kiezels op onze ruggen en wachten tot we iets voelen, tot de tijd op is. Als ik aan de masseuse vraag waar ze woont, schrikt ze van deze algemene interesse en verlaat prompt de kamer.

De spa is een soort pretpark: ik wil overal in. Er is te weinig tijd. We proberen twee keer het opgietingsritueel mee te maken, maar het is te druk. De verwarmde waterbedden zijn voortdurend bezet, en als we er eindelijk op liggen, vallen we in slaap. Jezus, het is alweer half zes! En ik ben nog niet in de stilteruimte geweest, en ik wil nog van die visjes aan mijn voeten laten knagen en en en… En dan is er nog Johan, die ik hierna ook weer een paar weken niet zal zien. Ik wil ons samenzijn zo lang mogelijk rekken. Heb ik die anekdote over die parkeerwachter al verteld?

Ik heb hem deze dag cadeau gegeven omdat ik me zorgen maak om mijn vriend. Hij slaapt slecht en ik zie achter zijn permanente opgewektheid dat hij niet zo blij is. Als ik hem vraag of hij gelukkig is, zegt Johan: “Weet je, daar denk ik nooit zo over na, hoe ik me voel. Jij bent het tegenovergestelde, iedereen weet altijd hoe het met jou gaat, ook als ze het niet willen weten.” Ik lach. “Maar dat is goed!” zegt hij. “Jij bent van de extremen, de pieken en dalen, ik blijf liever in het veilige midden. Ik weet niet hoe het met me gaat, ik ga gewoon.”

Mijn bemoeizucht heeft ook voor spanningen binnen onze vriendschap gezorgd. Vaak dacht ik beter te weten wat goed was voor hem, waardoor ik hem zonder overleg aanmeldde voor open podia of hem belerend toesprak over zijn dieet van broodjes döner en bolognesechips. Het leidde ertoe dat hij mijn gezelschap een tijdlang vermeed. Telkens als ik voorstelde om samen te hangen, wimpelde hij me af. Ik voelde me afgewezen en klaagde als een vrouw die met het koud geworden avondmaal aan de keukentafel zit te wachten. In liefdesrelaties maak je je vaak zorgen of de ander jou wel leuk genoeg vindt, maar deze diepe onzekerheid komt ook in vriendschappen voor. Na een jaar hebben we het onder begeleiding van Simon uitgepraat. Sindsdien zijn de verhoudingen hersteld en onderdruk ik mijn paternalistische neigingen.

Aan het eind van de dag zijn we allebei doodop van de ontspanning. We zijn al snel gewend geraakt aan onze naaktheid; het valt me nauwelijks op als we elkaar per ongeluk aanraken. Het was helemaal niet hilarisch om met mijn beste vriend naar de sauna te gaan. Het was gewoon heel fijn.

Johan en ik fietsen door de regen naar zijn huis. Ik moet denken aan wat mijn vriendin laatst zei: “Er zijn drie momenten wanneer jij op je gelukkigst bent: als je net bent klaargekomen, als je voetbal kijkt, en als je met Johan sms’t.” Zal ik hem zeggen hoeveel ik van hem houd? Het is er wel de dag voor. Toch voelt dit nog steeds vreemd. Dat doen wij gewoon niet. Soms een lange, goede knuffel, of een knipoog en een kneepje in de schouder, of een oprechte “Was gezellig, man”, maar dat is het dan. We zouden misschien best tegen elkaar aan willen liggen als we een film kijken, of hand in hand naar de supermarkt willen lopen, of elkaar soms een kus geven. Zoals de macho-Arabieren gek genoeg wel doen.

We gloeien van alle warmte en verzorging en aaien steeds over onze zachte voorhoofden. Ik peuter wat Indiase modder uit zijn oorschelp. Dan bestellen we pizza en starten ons favoriete computerspel op. De achtergrond van zijn bureaublad is een sexy foto van Olivia Munn, waar we even gebroederlijk naar staren. Een spa kan best, maar uiteindelijk voel ik me toch het fijnst bij onze vertrouwde vormen van mannenontspanning. Ik kom eindelijk tot rust. We hebben nog even. Ik kijk opzij naar Johan en voel me warm vanbinnen. Mijn beste vriend. Met zijn enorme penis.

Aanrader: Agressief schoonmaken

Schoonmaken is iets voor vrouwen. Dankzij hun nesteldrang kunnen ze het niet laten om koekkruimels of stofresten te verwijderen. Is de stofzuiger niet eigenlijk gewoon een metafoor voor de vagina? Een warme, nietsontziende machine die alles naar zich toe trekt? Vrouwen hebben meer oog voor detail, een fijnere motoriek en kunnen beter multitasken, wat uiterst handig is als je de afwas wilt doen terwijl je de wc schoonmaakt.

Maar de laatste jaren is er een kentering gaande. Het begon allemaal met die rare vogel in Planet Earth van de BBC, die zijn plekje in de bosjes op maniakale wijze proper hield. Steeds meer mannen grijpen hun recht op het aanrecht. In de film Don Jon (2013) houdt de macho hoofdpersoon van vier dingen: porno, de sportschool, zijn auto en schoonmaken.

Dat is helemaal niet zo vreemd. Schrobben en boenen kan namelijk ook een uiterst mannelijke bezigheid zijn. Het enige wat je nodig hebt, is testosteron. In onze samenleving wordt agressie zoveel mogelijk ingehouden, terwijl het ook een positieve kracht kan zijn. Doe alsof de badkamer een tegenstrever is die je koste wat het kost moet verslaan. Noem die ene hardnekkige vlek hardop ‘KLOOTZAK’ en geef alles als je de ramen lapt. Druk de stofzuiger (misschien toch een fallussymbool) op de vloer tot je spieren opbollen en het zweet van je voorhoofd gutst. Godverdomme, die fucking afwasborstel is nutteloos. Een schuurspons heb ik nodig! Kom maar op, aangekoekte stukken gebakken ei. Ik lust jullie rauw! RAAAAAAH!

Zo ruim je het huis én je geest op. Een bijkomend voordeel: je bent in een kwartier klaar.