Essay: I won’t be there for you

Ik heb elke aflevering van Friends en Sex and the City zeker vier keer gezien. Phoebe, Mr. Big en Joey hebben me door mijn tienerjaren geholpen en ook daarna bleven ze me vermaken. Elk probleem bespraken ze samen, de personages uit mijn favoriete series, en als ze elkaar nodig hadden waren ze er altijd voor elkaar. Het ideaal van de vaste vriendengroep, bestaande uit verschillende typetjes met een perfecte onderlinge chemie, plantte zich in mijn onderbewustzijn. Ik wil dat nog altijd: deel uitmaken van een hechte groep vrienden, het liefst met een vast café.

De laatste tijd hoor ik steeds meer kritiek op deze iconen van de jaren negentig. In de tv-serie The Newsroom raast een natgeregende verslaggever, Maggie, tegen een bus vol toeristen op Sex and the City-tour: ‘Ik ben een typische single vrouw in New York! Ik ga níet op hoge hakken naar mijn werk! Mijn beste vriendin is níet op woensdagmiddag beschikbaar om over mannen te praten!’ Op internet vind ik artikelen als ‘17 manieren waarop Friends ons onrealistische levensverwachtingen bezorgde’ (‘Friends leerde ons dat we de hele dag in het café konden zitten én tegelijk een fulltime baan konden hebben.’). De woede is groot: we lijken massaal teleurgesteld te zijn door de televisievrienden uit onze jeugd.

Zo gek is dat niet. De emoties in Friends waren zeer herkenbaar: als je verliefd was op je beste vriendin begreep je precies wat Ross voor Rachel voelde, en ook de liefdesdrama’s van Carrie leken uit ons leven gegrepen. De rest van deze fictieve werelden leek daardoor ook een eerlijke weergave van de werkelijkheid. Maar toen we zelf ouder werden, uit huis gingen en ons eigen geld moesten verdienen, bleek het toch wat moeilijker te zijn om midden in de stad een groot appartement te vinden, talloze aantrekkelijke vrijgezellen te ontmoeten, het ene paar Manolo Blahniks na het andere te kopen en elke dag met je vrienden te hangen. Men spreekt al van het ‘Carrie Bradshaw-syndroom’ en het ‘Ross en Rachel-complex’ als het op onze verwachtingen over liefde aankomt. Maar hoe zit het met het ideaal van de vriendengroep?

In de glossy Harper’s Bazaar verdedigde hoofdrolspeler Sarah Jessica Parker onlangs het beeld van saamhorigheid dat geschetst werd in Sex and the City. ‘Volgens mij waren Carrie, Charlotte, Miranda en Samantha écht lief voor elkaar,’ zei ze. Tegenwoordig zijn vriendinnen op televisie volgens Parker gemener, en dat bevalt haar niet. Columniste Radhika Sanghani reageerde in de Britse krant The Daily Telegraph met een stuk getiteld ‘Sarah Jessica Parker: echte vriendinnen zijn bitches. En dat is oké.’ Ze schreef: ‘De pijnlijk perfecte vrouwen in SATC, die ook nog eens ‘echt lief’ voor elkaar waren, hebben me een levenslang complex bezorgd.’ Ze beschreef hoe haar eigen vriendinnen haar tijdens een crisis slechts met een smsje steunden en nooit spontaan voor de deur stonden. ‘Na het kijken van een aflevering van SATC veranderde ik steevast in een hoopje ellende. Ik voelde me belabberd over het feit dat ik niet een groep aantrekkelijke, emotioneel beschikbare vriendinnen had gevonden.’

Dat gevoel ken ik maar al te goed. Sinds ik mijn beste vrienden op de middelbare school leerde kennen, ben ik eigenlijk elke dag teleurgesteld in ze geweest. Na ons eindexamen was iedereen steeds meer met zichzelf bezig. Dankzij veeleisende vriendinnetjes, studies, carrières en andere zorgen hadden we weinig aandacht voor elkaar en was er al snel geen sprake meer van een homogene groep. Dit voelt nog steeds als falen, zeker als ik alleen thuis ben. Misschien zitten de anderen nu wel samen in een koffietentje en zijn ze mij vergeten te sms’en, denk ik dan, als een jaloerse minnaar. Als het dan toch lukt om een gezamenlijke afspraak te maken, ben ik zo druk bezig om de sfeer erin te houden dat de avond onvermijdelijk tegenvalt. Dit overkwam mijn favoriete New Yorkse vrienden nooit. Ze hadden soms misschien ruzie, maar dat duurde hooguit een aflevering.

Aan de andere kant: is het niet heel egocentrisch om zoveel van mijn vrienden te eisen? Laatst zei een vriendin tegen mij: ‘Als jij een crisis beleeft, moeten al je vrienden voor je klaarstaan op de manier die jij voor ogen hebt. Alsof we in jouw film spelen. Maar zo werkt het niet.’

De maatschappij lijkt zich ook de tegenovergestelde kant op te bewegen. Door de individualisering doen we minder aan groepsvorming dan ooit. Journalist Neal Gabler noemde zulke series in de LA Times dan ook “pure wensdromen”, voortkomend uit de toenemende eenzaamheid. We gaan steeds meer sociale relaties aan, maar die vinden vaak online plaats en zijn daardoor onvermijdelijk oppervlakkiger. Anderen spreken zelfs over ‘friendship porn’: je zit alleen thuis te kijken naar hoe anderen wél gezellig samen koffie drinken.

Socioloog Beate Volker doet onderzoek naar sociale relaties aan de Universiteit van Amsterdam. Ze zegt: ‘Als je dagelijks zes vriendschappen moet onderhouden, kun je toch nauwelijks nog werken?’ De hechte vriendengroep, zegt ze, is een mythe. ‘Meestal heeft men rond de drie goede vrienden en die spreekt men zelden tegelijkertijd.’

In SATC en Friends kwam familie nauwelijks voor. Het is geen toeval dat mijn verlangen ernaar ontstond in de puberteit, toen ik streed met mijn ouders. Zoals Carrie in SATC zei: ‘Soms krijg je een familie door het lot, en soms kies je ze zelf.’ Volker: ‘Dat klopt wel enigszins. Mensen krijgen later kinderen, blijven langer vrijgezel en wonen steeds vaker in steden, ver weg van het thuisfront.’ Zo ontstaan zogeheten ‘urban tribes’: sociale netwerken die niet gebaseerd zijn op bloedverwantschap. Maar de stadsstam kent zijn beperkingen, zegt Volker: ‘Bij een echte crisis, zoals een langdurige ziekte, zijn het vaker de partner en de familie die helpen. Die loyaliteit zit dieper. Vrienden gaan na verloop van tijd verder met hun eigen leven.’

‘O zorgeloze jaren ’90, toen niets er echt toe deed behalve je Friends’ schreef journaliste Nina Polak op website De Correspondent. Ze citeerde een tv-recensent van de New Statesman: ‘Friends is about the last moment before everything went wrong.’ Pas na Friends – begonnen in 1994 – ging het voor onze generatie allemaal mis: de aanslagen op het WTC sloten de jaren negentig af, zeven jaar later gevolgd door een van de grootste economische crises uit de geschiedenis. Logisch dat mijn vrienden steeds minder tijd hebben om af te spreken. Ze proberen wanhopig hun carrière veilig te stellen of zijn herstellende van een burn-out.

Sarah Jessica Parker zei in eerder genoemd interview in Harper’s Bazaar: ‘Het klinkt misschien gek, maar ik denk dat het toen een onschuldigere tijd was.’ Beate Volker vult aan: ‘De makers van Friends en SATC zoomden in op één aspect van vriendschap: het praten over persoonlijke probleempjes. Dat is weliswaar belangrijk, maar het past ook bij de weelde van de jaren negentig, toen er veel nadruk op persoonlijke ontwikkeling lag.’

Nu zijn de problemen rauwer. In 2012 begon de serie Girls met een scène waarin de ouders van Hanna (Lena Dunham) haar tijdens een lunch vertellen dat ze haar niet langer financieel ondersteunen. En dat terwijl Hanna een onbetaalde stage doet om érgens aan de bak te kunnen. Radhika Sanghani haalde in haar boze column Girls aan als een serie die naast de echte zorgen des levens ook eindelijk de ware aard van vriendschap toont: ‘De meisjes in Girls zijn onaardig en hebben nauwelijks tijd voor elkaar.’ Dunham zei zelf ook in Interview Magazine: ‘Bij veel vriendschappen die ik op tv zie, ontbreekt de jaloezie, de angst en het doen-alsof die mijn vriendschappen altijd gekenmerkt hebben.’ De New Yorkse vriendengroep in Girls is in feite een realistisch antwoord op de geïdealiseerde vriendschappen uit Sex and the City en Friends. Het lastige is alleen dat de vriendinnen in Girls soms zo onaardig en narcistisch zijn dat het moeilijk is om sympathie voor ze op te brengen, laat staan dat je erbij kunt wegdromen.

De verhaallijnen in Friends en Sex and the City waren veelal onrealistisch en de personages waren relatief zorgeloos – geen wonder dat ik en vele andere fans een pijnlijke reality check opliepen in het echte leven. Aan de andere kant: het is te makkelijk om mijn teleurstelling over mijn vrienden aan twee tv-series te wijten. Het zegt vooral veel over mij. In mijn vriendschappen ben ik zo ambitieus en perfectionistisch dat ik fictie als maatstaf durf te nemen. Ik zie mijn vrienden soms als personages die mijn script moeten volgen, in plaats van dat ik ze accepteer als de imperfecte, egocentrische apen die ze zijn. Dat is eigenlijk helemaal niet aardig. Zo zouden Samantha en Joey dat nooit doen.

Verschenen in Volkskrant Magazine