Waar Louis CK niet eerlijk over kon zijn

In ‘Come on, God’, een van de beste afleveringen van Louis CK’s prijswinnende serie Louie, zien we de gefictionaliseerde versie van de comedian in een tv-debat over masturbatie, met een aantrekkelijke conservatief-christelijke vrouw genaamd Ellen Farber (Liz Holtan). Voor haar is seks iets heiligs, dat je pas na het huwelijk moet meemaken, terwijl Louie genot als iets alledaags ziet: “Weet je wat? Ik ben een goede vader, ik recycle, en ik masturbeer,” zegt de man die als “comedian-masturbator” geïntroduceerd wordt.

Na afloop kunnen de twee het goed vinden, en gaan ze iets drinken op haar hotelkamer, waar Ellen uiteindelijk een gepassioneerde speech houdt: “Wat als wij verliefd zouden worden, Louie? En dan zouden trouwen, waarna we eindelijk onze liefde zouden consumeren? Dat zou toch verrukkelijk zijn?” Even lijkt hij overtuigd. Dan gaat hij naar de badkamer, om zich daar af te trekken op deze puriteinse fantasie.

Door verwijzingen zoals die in ‘Come on, God’, vermoedden fans van Louis CK dat de vele geruchten over zijn masturbatie-gedrag – in 2012 publiceerde de feministische website Jezebel al een geanonimiseerd artikel over een van de incidenten – heel goed waar zouden kunnen zijn.

Louis CK heeft nooit een geheim van zijn masturbatieverslaving gemaakt. “Er is een formule voor of je een goed mens bent: hoe lang duurde het voordat je masturbeerde na de aanslagen op 11 september?” zei hij in Chewed Up (2008). “In mijn geval was het tussen het vallen van de eerste en de tweede toren.” In Live At The Beacon (2011) bekende hij dat hij (zoals elke man) constant perverse gedachten heeft: “Het is zo’n dom deel van mijn leven. Ik wil gewoon naar een boekwinkel kunnen gaan als een normaal persoon, en aan de vrouw achter de toonbank vragen: ‘Heeft u een goede biografie van Abraham Lincoln?’ In plaats daarvan denk ik meteen: ‘Argh, ik wil je haar om mijn pik binden!’” In zijn HBO-sitcom Lucky Louie, een parodie op zijn gestrande huwelijk, verstopte hij zich in een kast om te masturberen, omdat hij nergens anders in huis privacy had.

Die nietsontziende eerlijkheid en zelfkritiek, waardoor gevoelige onderwerpen algemeen herkenbaar worden gemaakt, maakten Louis CK tot de beste comedian aller tijden, die door zijn fans als een profeet geadoreerd wordt. Ook in interviews was hij altijd openhartig en kwetsbaar: als gast bij de podcast WTF van zijn vriend Marc Maron in 2010 (door Slate later uitgeroepen tot ‘beste podcast-aflevering aller tijden’) huilde hij toen hij over de geboorte van zijn dochter sprak, en vertelde hij vrolijk over zijn bezoek aan peepshows in de jaren ‘90.

Ik heb zelf ook meer van hem geleerd dan van mijn ouders. Of beter gezegd: de rauwheid van Louis CK vormt de ideale aanvulling op je opvoeding, omdat hij je dingen vertelt waar je ouders niet eerlijk over konden zijn. Hij leert je lachen om sterfelijkheid, onzekerheid, sociaal ongemak, ouderschap en seks. Zijn hilarische betoog over depressie en smartphones in de talkshow van Conan O’Brien hielp mij door een zware periode heen. Doordat Louis CK taboe’s algemeen herkenbaar en luchtig maakte, voelden zijn fans zich minder bang en alleen. Doordat hij in zijn grappen en in Louie vaak het perspectief van de ander koos (ook dikwijls de vrouwelijke kant van het verhaal), vergrootte hij ons empathisch vermogen. “Life’s too short to be an asshole,” is een van zijn vele tegelwijsheden die mijn leven sturing geven.

Na de onthullingen van afgelopen donderdagnacht, lag ik dan ook uren wakker. Aan de ene kant was het schokkend om de interviews met de vijf vrouwen in The New York Times te lezen. Aan de andere kant is er sprake van een pijnlijke paradox: Louis CK, de bekentenis-comedian die doorbrak met een show die de veelzeggende titel Shameless (2007) droeg, lijkt zijn uiterste best te hebben gedaan om deze incidenten in de doofpot te stoppen.

Als je reageert, wordt het echt
In 2015 publiceerde Jezebel een vervolgartikel, omdat een vriend van enkele slachtoffers een beschuldigende e-mail aan Louis CK had gestuurd, waarop de comedian hem had opgebeld en uitgehoord over wat hij wist, zonder het probleem zelf te erkennen. De geruchten zwollen dit jaar weer aan toen collega-comedian Tig Notaro aangaf niet meer met CK te willen werken tot hij zou reageren; afgelopen september stelde The New York Times er vragen over na de première van zijn film I Love You, Daddy in Toronto. “Het zijn slechts geruchten,” zei hij toen, duidelijk op zijn hoede voor de media: “Ik wil niet bijdragen aan een gerucht, want dan maak je het groter en wordt het echt.”

Het viel echter te verwachten dat de krant ernaar zou vragen, want ook deze film lijkt een aanwijzing, of eigenlijk meer een vooraankondiging: I Love You, Daddy gaat over een scenarist (Louis CK) die groot fan is van een bekende filmregisseur (John Malkovich) waarvan algemeen bekend is dat hij op te jonge meisjes valt, tot zijn eigen 17-jarige dochter (Chloë Grace Moretz) op diens avances ingaat. Een duidelijke knipoog naar Woody Allen, en de spagaat waar Allen-bewonderaars in zitten sinds de aanhoudende verhalen en getuigenissen over diens misbruik van zijn adoptiedochter Dylan (in 2016 nog bevestigd door Allens zoon Ronan). Ook Woody Allen leek in zijn werk naar zijn voorkeur te verwijzen: in zijn meesterwerk Manhattan (1979) date zijn 44-jarige personage met een 17-jarig meisje.

Louis CK, die een rol had in Allens film Blue Jasmine (2011), zag zijn film als een nuancering, zo vertelde hij The New York Times: “We praten allemaal over beroemde mensen, we willen weten of ze helemaal goed of helemaal slecht zijn. Maar de ongemakkelijke waarheid is dat je zo iemand nooit echt kunt kennen.”

Eerlijkheid kent grenzen
Dat laatste is een begrijpelijke uitspraak – Micha Wertheim zette afgelopen maandag in NRC Handelsblad nog overtuigend uiteen dat het werk van de maker en zijn persoonlijke leven niet met elkaar verward moeten worden.

Maar in Louis CK’s geval is het problematischer. Tijdens een emotioneel eerbetoon aan de overleden comedian George Carlin uit 2010, deelde hij het verhaal van zijn artistieke doorbraak. Louis CK was lange tijd een doorsnee comedian, met standaardgrappen over vliegtuigen en honden. Tot hij op een avond op het podium durfde te zeggen: “Ik kan geen seks met mijn vrouw hebben dankzij onze baby – onze baby is een fucking klootzak.” Het was een keerpunt: “Vanaf dat moment gooide ik al mijn grappen steeds weg, om mezelf te dwingen om steeds dieper bij mezelf te graven. Tot ik uiteindelijk grappen over mijn angsten en nachtmerries maakte.”

Veel mensen putten dan ook troost uit zijn stand-up, omdat hij met zijn openhartigheid niets lelijks leek te verbergen. In zijn serie Louie fictionaliseerde hij zijn leven als gescheiden vader om juist nóg dieper te gaan. Bij Louis CK leek zijn werk en zijn persoon dus bijna samen te vallen: je kon meekijken met zijn meest duistere gedachten, neigingen en fantasieën, zijn onzekerheden en zijn fouten, waardoor je je minder schaamde, en bij jezelf te rade durfde te gaan.

Daarom is deze onthulling (en de daaropvolgende bekentenis) ook een klap in het gezicht van zijn fans: zijn eerlijkheid blijkt wel degelijk grenzen te kennen. Masturberen terwijl je een collega aankijkt – seksuele intimidatie – was voor hem niet grappig of herkenbaar te maken. Dat is alleen maar heel erg naar en triest. In de masturbatie-aflevering van Louie zegt zijn alter ego: “Ik doe het thuis en ik doe er niemand kwaad mee.” Louis CK claimde dat hij alles durfde te zeggen, alles durfde te verkennen. Maar hier draaide hij toch om de hete brij heen.

Heksenjacht?
Louis CK’s woorden over onze behoefte aan zwart-wit-oordelen hadden wel weer iets profetisch. Hij deed deze uitspraken namelijk vóór de Weinstein-onthullingen, voor #metoo, voordat Kevin Spacey en vele anderen door het stof moesten.

We moeten oppassen met woorden als ‘heksenjacht’, omdat het een conservatieve reflex is: laten we niet overdrijven, alles gaat toch best oké? Het is niets voor niets dat nota bene Woody Allen deze term na de Weinstein-affaire als een de eersten in de mond nam. Nee: de stelselmatige seksuele intimatie, aanranding en verkrachting van vrouwen overal ter wereld vormt de ware onderdrukking, en die moet worden aangepakt. Louis CK’s fetisj komt voort uit een sociaal-culturele traditie van mannen die hun genot opeisen, en heeft veel schade veroorzaakt.

Maar er is nu wel degelijk sprake van enige public shaming, gevoed door de immer ongenuanceerde media. Nu betekent elke krantenkop waarin jouw naam gecombineerd wordt met ‘grensoverschrijdend gedrag’, automatisch einde carrière.

Daar schuilt een zekere hypocrisie in. Door kopstukken als Kevin Spacey en Louis CK af te stoten, lijken we onze handen te wassen in onschuld: zo, de rotte appels zijn weg, alles is weer oké. Terwijl de #metoo-actie juist aantoonde hoe wijdverspreid en alledaags seksuele intimidatie is. Het moest er juist voor zorgen dat álle mannen naar zichzelf zouden kijken, en dat het patriarchaat in het algemeen op de schop zou komen. Het is hoog tijd dat we hier eerlijker over zijn, die eerlijkheid verdient veel respect en de daders verdienen straf. Maar niet elke vorm van seksueel geweld is hetzelfde, en verdient ook niet dezelfde reactie. Nee is nee, maar niet elke klootzak is dezelfde klootzak.

Dit is geen verdediging van Louis CK’s gedrag van destijds, maar eerder een verdediging van wat hij me geleerd heeft: door zo eerlijk mogelijk te zijn, maak je perverses en de traumatische ervaringen die ze veroorzaken algemeen herkenbaar en toon je alle nuances van het leven, in plaats van ons gebruikelijke hokjesdenken. En door te luisteren, creëer je empathie. En alleen dan kan er mentaliteitsomslag ontstaan.

En dat is mijn grote teleurstelling: Louis CK zal de afgelopen maanden vermoed hebben dat hij binnenkort aan de beurt zou zijn, en hij kreeg van The New York Times voor publicatie de kans om zijn kant van het verhaal te vertellen. Hij had een jaar geleden al een keiharde aflevering van Louie over een misbruikende masturbator en de gevolgen voor zijn slachtoffers kunnen maken, misschien in samenwerking met de vrouwen zelf, weet ik veel. In plaats daarvan koos hij er steeds weer voor om niet te reageren, om te hopen dat het zou overwaaien.

Na het onthullende artikel kwam dan eindelijk de bekentenis, waarin hij zich ouderwets eerlijk, nederig en empathisch toonde: “Ik kan mezelf hier niet voor vergeven. Maar dat is niets vergeleken met waar ik hen mee heb opgezadeld. (…) Ik heb tijdens mijn lange en gelukkige carrière altijd gezegd wat ik wilde. Nu zal ik een pas op de plaats maken om te luisteren.” Maar het was veel en veel te laat.

Voorlopig zullen we het zonder de wijze raad van Louis CK moeten doen. Het geeft ons tijd om na te denken over grenzen van artistieke schaamteloosheid, en onze vele blinde vlekken.

-In mijn boek Een Grootse Mislukking schrijf ik ook over hoe stand-up comedy een unieke kunstvorm is, die een rauwe waarheid naar boven kan halen. Je kunt hem hier bestellen. Dit artikel verscheen oorspronkelijk, in iets gewijzigde vorm, in De Volkskrant